Aanwezig: Gawen, Guhl, Jarno, Bigby, Kharyndll
DM: Rathiira
Ik rol de fles weer voor me uit over de oneven vloer en tuur zo goed mogelijk voor me uit, terwijl de Guhl een paar stappen achter me een fakkel draagt en zo het pad voor hem de naderen verlicht. We passeren de zijkamer, die een stuk gemakkelijker herkenbaar is zonder gordijn ervoor en lopen rustig verder. Even later gaat de gang weer rechtsaf. De gang daalt nu niet verder, maar wordt wel steeds grilliger in de rots en een beetje moeilijker begaanbaar. Het lijkt erop alsof we een natuurlijke spelonk volgen, waar slechts af en toe de doorgang een beetje vergroot is om gemakkelijker te kunnen lopen. Ik hoef niet te bukken voor de stalagtieten, maar achter me hoor ik zo nu en dan een onderdrukte binnensmondse vloek kort op zachte botsingen tussen harde schedels en nog hardere rotsen.
Dan opent zich voor me een grotere grot, waarvan de vloer weer een beetje afdaalt, maar die vooral naar boven een stukje hoger wordt en naar rechts steeds breder wordt. Zodra ik de grot zie maan ik de anderen tot stilte en stoppen. Guhl hoort behalve het geknetter van zijn fakkel niets en voorzover ik mijn ogen bij dit licht kan vertrouwen zijn er ook geen bedreigingen te zien.
We houden volgens de aanwijzingen uit het dorp de rotswand van de grot naar rechts aan en voor de zekerheid laat ik weer een magisch spoor achter voor het geval dit grottenstelsel heel groot blijkt te zijn of voor als we zonder licht komen te zitten. Gawen en Guhl kunnen het zien. Zacht glooiend dalen we verder af. Af en toe liggen er wat droog zand of kiezels op de rotsbodem van de grot en klinkt er het vallen van een druppel. We bereiken een kurkdroge rivierbedding die aan onze rechterkant versperd wordt door een instorting. Er komt geen drup water door. Eén voor één steken we de rivierbedding over. Guhl licht mij als eerste bij en volgt dan zelf. Jarno, Gawen en Bigby volgen daarna, terwijl ik de omgeving nog eens goed bekijk. Behalve de grillige wanden en plafond van de grot zie ik niets verontrustends, dus we vervolgen ons pas. We moeten nu al onder de ingang door weer terug aan de rechterkant ervan zijn.
Gevloek achter me vertelt me, dat ik niet goed genoeg gekeken heb. Een antraciet grijs of bijna zwart ding - best wel groot - is boven op Bigby gevallen en Gawen heeft een tweede exemplaar maar net kunnen ontwijken. Als ik die tweede - een donkere mantel begrijp ik later - op de grond zie liggen of staan, lijkt het net een stalagmiet, maar dan met tentakels eraan. Ik kijk snel om me heen, ook naar boven voor stalagtieten, maar gelukkig zie ik er verder geen beesten meer.
Bigby wordt bijna geheel bedekt door de Mantel, die als een - inderdaad - soort mantel om zijn hoofd en bovenlijf heengeslagen is. Ik hoor iets roepen over een greppel en ben al bevreesd, dat er daar nog meer zitten, maar dan realiseer ik me dat het over een grapple gaat (ik pak mijn boek) en dat het monster verwoede pogingen doet om Bigby steviger vast te grijpen en af te knijpen, maar gelukkig mislukt dat.
De stalagtieten lijken geen vriendelijke bedoelingen te hebben, dus ik grijp een elvenmes onder mijn mantel vandaan, want ik voel me nog niet heel zeker om ze op de blote vuist aan te vallen. Degene die op de grond is gevallen steekt als een soort pijlinktvis met een puntige grijze kop zo'n kop boven me uit, een kopje kleiner (jeah jeah) dan mijn metgezellen. Het staat zo'n anderhalve meter wijd met wel 10 of 15 tentakels - als een inktvis wederom - met daartussen dus een soort huid of mantel. Ik ben benieuwd of-ie er ook mee kan vliegen. Ik zie wel in hoe ze aan het plafond kunnen hangen en bij slecht licht als een volmaakte stalagtiet gecamoufleerd zijn. Ik krijg al gauw een demonstratie...
Van de eerste verrassing bekomen kiest ieder zijn volledig eigen manier van aanval. Jarno probeert te toveren - ziet er mooi uit maar mist zoals wel vaker - en Guhl rommelt wat in zijn rugzak en 'tovert' daar een flesje met olie uit. Gawen wordt opnieuw aangevallen en deze keer stevig in de tang genomen. Dit zou de meeste mensen voor een dilemma plaatsen, omdat een aanval vrijwel zeker ook de medestander in de grapple zal verwonden. Guhl heeft hier wat minder last van en gooit de olie over de mantel heen. De fakkel in zijn hand doet de rest.... nouja, Niks dus, er blijkt niet echt een reactie, waarop Guhl zijn zwaard door de mantel heen drijft. Dat werkt wel en in doodsnood loost het geval helaas ook zijn volledige inhoud maagsappen op Gawen en al zijn spullen. Dat blijkt nog verdomd goed spul, maar hij heeft er niet echt veel plezier mee.
Bigby is gelukkiger. Zijn aanvaller is na zijn eerste poging van hem af gevallen en hij kan vrijelijk aanvallen. Met twee gerichte slagen van zijn zonnezwaard doodt hij zijn tegenstander trefzeker. Helaas blijkt er nog derde mantel aan het plafond te hangen, maar ik zie hem helaas pas als hij bovenop Bigby landt. Echt bijzonder goede camouflage. Ik denk dat Bigby wel zo'n wil meenemen - zucht - maar waarschijnlijk wel dood! Hij heeft weer geluk, ook deze mantel krijgt hem niet te pakken en rolt van hem af op de grond. Ik loop naar hem toe en steek tweemaal met mijn mes. Jarno geeft hem ook nog een tikje en dan is een laatste klap met het zwaard van Bigby voldoende om ook deze belager te doden.
Nadat we Gawen onder mantel vandaan bevrijd hebben en een beetje gepoetst hebben, blijkt hij redelijk geluk te hebben gehad en niet teveel schade te hebben opgelopen. Noch zelf, noch aan zijn spullen.
donderdag 8 april 2010
Abonneren op:
Reacties (Atom)